Heeft de androïde een toekomst?
Denk aan een robot, eender welke robot. De kans is groot dat je nu denkt aan een androïde: het type robot die menselijk gedrag vertoont, een humanoïde vorm heeft, en van artificiële intelligentie voorzien is. Voor veel mensen belichaamt de androïde de essentie van een robot.
Het succes van het androïde-concept is zowel mythologisch als psychologisch te verklaren. Zoals je wellicht weet, is robot afgeleid van het Tsjechische woord voor ‘werk’, robota. In het begin van de 20ste eeuw was een klasse van werkende robotten een zeer aantrekkelijk idee. Door de toenemende industrialisatie, en in het bijzonder door de introductie van de lopende band, zagen de arbeiders zich gereduceerd tot een onderdeel van de machine, evenwaardig aan een tandwiel, gedehumaniseerd.
Uiteraard kwam hier kritiek op. En niet alleen vanuit de vakbondsbeweging, ook vanuit de science fiction. De dystopie ontstond, een maatschappijkritische vorm van science fiction die vertrekt vanuit een ‘future gone wrong’ scenario. Het meest iconische voorbeeld is nog steeds Metropolis, de film van Fritz Lang uit 1926. Metropolis introduceert tegelijk de archetypische androïde robot Maria.
Het geanimeerde object dat ten dienste staat van de mens is een mythologisch gegeven. Het idee komt duidelijk tot uiting in de mythe van de Joodse golem. Fritz Lang was duidelijk geïnspireerd door de golem-films van Paul Wegener. Die vertellen hoe de joodse Rabbi Löw, uit medelijden met het zwoegende volk, een golem maakt uit klei, om het werk van de mens te verlichten.
Met de figuur van Maria onstaat eveneens het beeld van de robot als vernietiger van de mensheid, de robot ten dienste van het kwaad. Androïdes zijn tegelijk geruststellend en beangstigend. Enerzijds belichamen ze de ultieme human-computer interface, anderzijds vormen ze, indien voorzien van een bovenmenselijke intelligentie, een bedreiging voor de menselijke soort als heerser van het universum.
Vast staat dat de androïde de mens sindsdien heeft blijven fascineren, mogelijk omdat hij ideeën belichaamt die we anders moeilijk zouden kunnen begrijpen. Hij biedt een waarneembare en herkenbare vorm die ons in staat stelt om na te denken over de ethische implicaties van wetenschappelijke en technologische vooruitgang. Wat betekent het feitelijk om mens te zijn? Wat zijn de gevolgen van het materialisme? Als we niet ‘bezield’ zijn door een goddelijk wezen, zijn we dan feitelijk biologische robotten? Wat is intelligentie precies? Wat is een ‘leven’ precies? En is een ‘levensvorm’ eindig? Waar stopt mijn lichaam? En hoeveel van mijn lichaam kan ik vervangen door biomechanisme componenten voor ik ophoud een mens te zijn? Dat soort bullshit-vragen, waar wetenschappers en pseudo-wetenschappers gelijk zich mee bezighouden.
Het gevolg van dit alles is dat er jaarlijks miljarden gepompt worden in de ontwikkeling van humanoïde robotten. Het is niet waarschijnlijk dat dit proces stopt voor we in staat zijn om robotten te produceren die we niet langer van traditionele mensen kunnen onderscheiden. Waarom we dat doen is me niet helemaal duidelijk. Er zijn best wel situaties te bedenken waarin een androïde vorm voordelen biedt, al kan ik me in de meeste van die gevallen ook virtuele simulaties voorstellen die goedkoper zijn. Over het algemeen durf ik te stellen: laat ons ophouden te trachten mensen na te maken, en ons in plaats daarvan te concentreren op de functie die we willen dat robotten vervullen, en de vorm daarvan afleiden. Form follows function, weet je nog?
Deze androïde betaalsystemen zijn niks meer dan een onschuldige gimmick, bedoeld om het pretparkbezoek op te vrolijken. Niks aan de hand. Maar het idee is symptomatisch voor een deel van het robot-onderzoek. Ik heb het over het oude science fiction idee van de werkende robot in zijn generieke vorm: de huis-, tuin- en keukenrobot zeg maar.
Onze beeldcultuur is doordrongen van deze misconceptie. Hollywood heeft te kampen met een hopeloos verouderd toekomstbeeld, getuige daarvan zijn films zoals IA en I, Robot. Het is misschien leuke tv, maar vanuit een design-standpunt zijn Transformers ridicuul. En wie krijgt het in zijn hoofd om een vertaalcomputer te ontwerpen in de vorm van C-3PO?
Toch wordt er serieus onderzoek verricht naar androïdes. Schoolvoorbeelden van deze trend zijn uiteraard de Asimo, en de zopas geïntroduceerde huishoudrobot van Toyota.
Androïdes worden vaak verdedigd vanuit het standpunt dat ze het gemakkelijker zouden maken om een emotionele band te scheppen met een artificieel intelligent object, maar daarmee overschatten we onszelf. Mensen zijn wel degelijk in staat om een emotionele band te creëren met louter objecten, net zoals we dat kunnen met dieren en planten. Een biologische vorm is geen vereiste. Er is weinig verschil tussen een traditioneel konijn en een RFID lezend konijn. Ik ben blij dat Sony stilaan uit zijn Aibo periode geraakt, en emotional design nu vanuit een andere richting benadert, getuige hiervan de Rolly (die op zich natuurlijk ook niks meer is dan duur speelgoed).
In het paper Make It So: learning from SciFi interfaces (PDF) beargumenteren Nathan Shedroff en Chris Noessel dat een object zoals de Rolly wel degelijk antropomorf is. Ze nemen zelf het Amazon 1-Click order systeem als voorbeeld, maar het idee is gemakkelijk te extrapoleren: de Nabaztab en de Rolly gedragsregels die duidelijk menselijk overkomen, of toch tenminste dierlijk, en zijn daarom toegankelijker voor mensen. Dat klopt, maar het is duidelijk dat de Rolly geen hond probeert te zijn, maar een Rolly.
En laten we ook een androïde morfologie niet verwarren met een biomimetische morfologie. Er is een groot verschil tussen het toepassen van de geniale biokinetische ontwerpen van de natuur en het eenvoudigweg namaken van een hond.
Kan iemand me vertellen waar we met dit soort creaties naartoe willen? Fembots? Laat me niet lachen.
Als we het internet of things willen waarmaken, moeten we af van het idee van de androïde, net zoals we af moeten van het concept van de all-purpose personal computer.
Androïdes zijn een tijdelijk surrogaat. Ze laten ons toe vertrouwd te worden met niet-menselijke intelligente systemen. Ze maken de toekomst toegankelijker, net zoals synthesizers met pianotoetsen in de jaren ‘70 elektronische muziek toegankelijk maakten voor een generatie van klassiek geschoolde pianisten. We zullen ze in de toekomst hopelijk steeds minder aantreffen.
Zien jullie wel een toekomst voor androïdes?
